|
Deze pagina
vergt een lange laadtijd door de vele plaatjes. (ruim 3 minuten voor een
28.8 en een kleine 2 minuten voor een 56.6 modem) Begin daarom
alvast met lezen Kom
je er met deze instructie niet uit of heb je een serieuze
tip (Tips worden op deze site geplaatst) mail dan
gerust met ons voor online ondersteuning voor
iedereen. Wij
willen graag kennis delen Deze
pagina is gedeeltelijk gekopieerd en vertaald van:
www.stringforum.net
Inhoud:
1. Voorbereidingen
1.1. Benodigde gereedschappen
1.2. Afmeten van de snaar
1.3. Voorbereiding en bevestiging van het frame
1.4. Instellen van het gewicht
2. Het bespanproces
2.1. Welke bespanmethode
2.2. De lengtesnaar
2.3. Knopen
2.4. De breedtesnaar
3. Na het bespannen
3.1. Stringsavers
3.2. Dempers
4. Tips-ingestuurd

1. Voorbereidingen
Hier kom je te weten wat je allemaal nodig hebt en wat je moet
doen voordat je het racket kunt gaan bespannen. Het lijkt van tevoren alsof het
heel ingewikkeld is. Maar nadat je een drietal rackets hebt bespannen wordt het
allemaal routine.
1.1.
Benodigde
gereedschappen
Het belangrijkste gereedschap (buiten je handen) is
natuurlijk de bespanmachine. Er zijn verschillende soorten bespanmachines. Bij
deze instructie gaan we uit van een machine met twee vaste tangen, een
gewichtsarm met een vrije loop en een snelspanner.
Contoleer de machine. Op de plekken waar iets vast gehouden moet worden mag geen
vet zitten. Als een snaar toch nog door de tang glijdt dan moet de schroef
aangedraaid worden.
De schroeven moeten regelmatig aangedraaid worden:
 | b.v. als de snaar doorglijdt |
 | of als de tang beweegt als die vast moet zitten |
 | of als je met een dunnere snaar gaat bespannen. |
Stel de tang echter niet te strak af, anders beschadigd de
snaar. Net vast is goed genoeg.
Waar wel vet nodig is:
 | Bij de draaiende delen |
 | Bij de bewegende delen |
Dit is voor de levensduur en voor het bespangemak van
positieve invloed.
-
Ook al is je machine in topconditie, zonder hulpgereedschap
kom je niet ver.
 | Om de snaar af te meten heb je een meter (touw, stok of iets
anders) nodig |
 | Fig.1 een goed afgestelde en scherpe schaar |
 | Fig.2 een priem van ongeveer 2,5 mm dikte |
 | Een krombek of telefoontang (een punttang is ook goed maar
minder multifunctioneel) |
 | Een viltstift (voor de 2
knopen methode) |
Kijk voordat je begint met bespannen het racket na. Bij
breukjes zal het racket verder gaan vervormen of zelfs breken. Bij oude rackets
(zeker van aluminium) zijn de tubes van groot belang. Mochten deze beschadigd
zijn dan loop je risico dat de snaar tijdens het bespannen knapt. Om dit te
voorkomen zijn er een aantal mogelijkheden.
 | Nieuwe tubingband bestellen en in het racket zetten. |
 | Tubingbuis (dun flexibel slangetje)deze moet je door het
beschadigde stuk steken. Daarvoor moet je als het net niet past ruimte maken
met je priem of iets anders met de juiste diameter. Heb je de tubingbuis
erdoor gekregen dan kan de snaar erdoor. |
 | Het beschadigde
onderdeel uitboren en een grommet er voor in de plaats zetten. |
1.2. Afmeten van de snaar
Als je een racket voor de eerste keer bespant, dan moet je
eerst nagaan met welke bespanmethode je wilt bespannen. Bij deze instructie gaan
we uit van dezelfde snaar voor de lengte en de breedte in één keer (one piece
stringing / twee knopen methode). Mocht je een rol snaar hebben, dan moet 11.5
meter afknippen. Dan heb je altijd genoeg. Wat je overhoudt kun je de volgende
keer minder afknippen. Knip echter niet te zuinig af, want als je jouw racket
bijna klaar hebt en je komt 1 cm te kort,
dan is dat behoorlijk balen. Neem dus altijd een half metertje extra. Een midsize (95 sq.in. / 613 cm²) met 16 lengte en 19 breedtesnaren vraagt om ± 10
m. Knip dus 10,5 meter af.
 | Als je de rol draaibaar ophangt, dan voorkom je dat de boel
in de war raakt |
 | Meet 1 meter af |
 | Meet met dit stuk snaar nog 4 keer een meter af |
 | Pak het punt waar je op 5 meter zit en meet hiermee de
volgende 5 meter af |
 | Nu heb je 10 meter. Doe erbij wat je meer nodig hebt of
haal eraf wat je minder nodig hebt. Pak de schaar en knip op dat punt de
afgemeten hoeveelheid snaar van de Rol. |
 | Knip schuin,
dit vergemakkelijkt het door de tubes steken.
|
 | Je moet nu van de op maat afgeknipte snaar een stuk afmeten van 3.1 m (voor een racket met 16 lengtesnaren) en dit met de
viltstift markeren. Voor 14 lengtesnaren doe je 0.3 m minder en voor 18
lengtesnaren doe je 0.3 m meer. Dit is altijd genoeg. |
1.3.
Voorbereiding en bevestiging van het frame
Als de bespanning geknapt is van het racket, dan is het beste wat je kunt
doen: de bespanning er helemaal uit knippen. Dit uitknippen doe je vanuit het
midden gelijk verdeeld naar rechts/links/boven/beneden. Hiermee voorkom je dat het frame
eenzijdig belast wordt.
1.4. Instellen
van het gewicht
Voordat je met bespannen begint, moet je weten met hoeveel
kilo’s het racket bespannen moet worden. Vaak staat dit wel op het racket.
Gemiddeld is 25 kg voor een midsize en 28 kg voor een oversize. Experimenteer
met een kilootje meer of minder en voel het verschil op de tennisbaan. Minder
gewicht geeft meer power en is armvriendelijk. Meer gewicht geeft meer controle.
Je kunt op de breedtesnaren een kilo minder zetten, dat heft het verschil tussen
lengte en breedtesnaren op.
Bij de bovenstaande figuur zie je
waar je waar jouw instellingswaarde moet staan (groen pijltje).

2. Het
bespanproces
Klick
hier om het bespanproces in de vorm van een geanimeerde gif (100 kb)te zien
2.1. Welke bespanmethode?
Voordat je een racket bespant moet je eerst weten of het met
de 2 knopen methode of de 4 knopen methode bespannen moet worden. In principe
kan je elk racket met de 2 knopen methode bespannen. De 4
knopen
methode belast het racket minder. Met deze methode kun je altijd van de boven
naar de onderkant van het racket de breedtesnaar bespannen. Dit is wat een eis
is van veel racketfabrikanten. Bij deze methode heb je wel veel meer
mogelijkheden om de combineren b.v. een sterke lengtesnaar en een soepele
breedtesnaar (eventueel met een aantal kilo’s minder). Bij de 4 knopen
methode heb je voor de lengtesnaar ongeveer 6,5 meter nodig en voor de
breedtesnaar ongeveer 5.5 meter. De lengtesnaar kun je dus zonder verder af te
meten gelijk verdelen over beide te bespannen lengtehelften. Nadat je klaar bent
met het bespannen van de lengtesnaar en de 2 lengteknopen hebt gelegd kun je met
de breedtesnaar beginnen. Voor de breedtesnaar betekent dit dat je boven in het
racket met een dubbele of bij een dunne snaar een driedubbele knoop moet
beginnen. Wij gaan hier echter verder met de 2 knopen methode.
2.2. De lengtesnaar
Elke keer als je een snaar aanspant moet de arm precies
horizontaal staan. Dit is belangrijk. Alleen zo krijg je de gewenste spankracht.
Je moet de snaar in het racket rijgen. Je hebt op de snaar een markering
(op ±
3,1)
aan
gebracht. Deze markering verdeelt de snaar in een kort en een lang gedeelte. Om
er achter te komen waar je moet beginnen moet je in het hart van het racket (dit
is de verbinding van blad en steel) kijken hoeveel snaren er
ingerijgd kunnen
worden. Als het er 2 (1 lus)of 6 (3 lussen) zijn dan moet je hier beginnen. Als het er 4
(2 lussen) of 8 (4 lussen) zijn
dan moet je boven aan het racket beginnen. Rijg nu het korte en het lange
gedeelte van de snaar elk aan een kant.
Klem nu links (mag ook rechts zijn) van het midden de snaar met
een tang vast. Trek nu rechts (de andere dan is vast geklemd) de snaar handmatig strak.
Hou de snaar handmatig strak en leg hem in de snelspanner (deze moet
horizontaal staan). Hou de snaar en de snelkoppeling vast en beweeg de arm op en
neer. (als je een machine met
een ratelmechanisme hebt dan hoef je de snelspanner niet vast te houden) Bij de neergaande beweging het gewicht het werk laten doen en nooit naar
beneden duwen. Bij de opgaande beweging moet je de snelkoppeling vast houden
zodat hij op zijn plaats blijft. Bij de neergaande beweging moet je de
snelkoppeling loslaten. Als de arm met het gewicht horizontaal staat, dan moet
je het aangespannen gedeelte heen en weer bewegen (stretchen). Dit moet je doen
zodat het gewicht op en neer beweegt zonder dat het stuitert of valt.
Het
stretchen tijdens het bespannen is heel belangrijk voor een evenwichtige
bespanning. Als je dit goed doet, dan blijft de dynamic tension waarde van de
bespanning veel langer op peil. Bij bespannen zonder stretchen (wat helaas door
velen gebeurt) weet je niet precies wat het resultaat is. Het gemiddelde is dan
misschien wel goed, maar de snaarspanning onderling zal veel grotere verschillen
vertonen en zal sneller teruglopen. Het
stretchen is dat de snaar die je hebt aangespannen heen en weer beweegt in het
racketframe, zodat de arm met het gewicht op en neer beweegt. Let op het gewicht
mag niet vallen of stuiteren. Als het gewicht of een ander aantrekmechanisme
niet meer verder aantrekt, dan heb je genoeg gestretcht. Je kunt nu de snaar
afklemmen en met de volgende snaar beginnen.
Klem nu
met de rechter tang (dit is op dit moment de tang die nog vrij is) het
aangespannen gedeelte zo dicht mogelijk bij het frame vast. Nu kun je de snaar
uit de snelspanner halen. Dit doe je door de arm helemaal omhoog te bewegen.
(bij een ratelmechanisme
moet je bij deze beweging de ratel losmaken. Losmaken is maar een heel klein
stukje. Als je deze te ver doordrukt, dan kan er wat stuk gaan) Je
gaat nu de volgende twee snaren aanspannen. 1 voor 1 mag natuurlijk ook, dit is
zelfs nog beter. Rechts of links maakt niet uit.
Belangrijk is wel dat je het om de beurt doet 2 links
en dan 2 rechts, voor een gelijkmatige belasting van het frame. Let op er moeten
altijd twee dingen vast zitten: 2 tangen of de snelspanner en de tang die het
verst weg is. Denk dus goed na voordat je een tang los maakt. Ben je bij de
laatste lengtesnaar aan de korte kant, dan kan het zijn dat je die alleen (dus
niet met twee tegelijk) moet aanspannen.
Nu kun op verschillende manieren aanspannen voor het afknopen Een methode is:
druk (wat je anders nooit mag doen) de gewichtsarm wat verder naar beneden,
zodat de snaar ± 3 mm verder aangespannen wordt en
klem hem met de tang vast. Zoek de dichtst bijzijnde grote lengtesnaartube en
steek het snaaruiteinde er bij langs. Haal het snaaruiteinde over deze
lengtesnaar en steek het snaaruiteinde door de lus die ontstaan is. Trek deze
knoop goed aan en hou deze kracht erop en trek de knoop tegen het frame aan. Je
mag dit ook met het aantrekmechanisme van de machine doen
(wees hier echter voorzichtig mee met kwetsbare
snaren. Het afknappen van de snaar op de knoop is zuur. Je moet dan opnieuw
beginnen).
Boven op deze knoop nog een zelfde knoop. Je kunt nu aan deze kant de tang los
maken.
Je kunt nu de overtollige snaar afknippen (niet te kort, maar ook niet te lang.
het beste is dat het eindje net niet buiten het frame steekt)
Een andere methode is (dit vraagt om meer snaar): zoek de dichtst bijzijnde
grote lengtesnaartube en steek het snaaruiteinde er bij langs. Draai de
draaitafel met het racket, fixeer deze (rem of blokkade)
en span het snaaruiteinde (let op rechtstreeks vanuit de tube naar de
snelspanner. Het snaaruiteinde mag niet om het frame of de andere snaren heen
aangespannen worden) met de snelspanner aan. Steek een priem in dezelfde tube om
alles af te klemmen. Let hierbij op dat je noch de snaar noch de tube
beschadigt. Maak de snelspanner los en kijk of de snaar niet terug slipt. Haal
het snaaruiteinde over deze lengtesnaar en steek het snaaruiteinde door de lus
die ontstaan is. Zorg dat de punt van de priem niet in de knoop zit. Trek deze
knoop goed aan en hou deze kracht erop en trek de knoop tegen het frame aan.
Boven op deze knoop nog een zelfde knoop. Je kunt nu aan deze kant de tang en de
priem los
maken. Je kunt nu de
overtollige snaar afknippen (niet te kort, maar ook
niet te lang. het beste is dat het eindje net niet buiten het frame steekt)
2.3. Knopen
De knopen van de plaatjes zijn goede alternatieven
2.4.
De breedtesnaar
Als je bij de andere kant met de lengtesnaar aan het einde
bent gekomen. Moet je bij de 2 knopen methode naar de eerste breedtetube gaan.
Deze is in de buurt (soms gelijk ernaast soms wel 3 lengtesnaren eerder). Kun je
moeilijk langs de lussen van de lengtesnaren aan de buitenkant van het frame
komen, gebruik dan een priem of b.v. een breinaald om ruimte te maken. Beschadig
hierbij niet de snaar of de tube met de punt van de priem.
Nu begint het weven. Als je door de tube bent met het
snaaruiteinde dan doe je één hand boven het racket en één hand eronder. Neem
het snaaruiteinde kort tussen beide wijsvingers en manoeuvreer het snaaruiteinde
afwisselend over en onder de lengtesnaren. Steek het snaaruiteinde door de
eerste breedtetube. Controleer voordat je de snaar helemaal doortrekt of je geen
weeffouten hebt gemaakt. Een handig controlemiddel is als boven bent begonnen
met weven moet je onder eindigen (bij een oneven aantal lengtesnaren moet je dan
boven eindigen). Dit weven neemt in het begin veel tijd. Geen zorg na een aantal
rackets komt de routine.
Let op dat je bij het doortrekken van de snaar de kruispunten
met de lengtesnaren niet inbrandt. Stuur met 1 hand de breedtesnaar aldoor in een
bocht bij het doortrekken. Voor het aanspannen moet je de breedtesnaar wel weer
recht doen. Bij de 2 knopen methode moet je de eerste breedtesnaar met hetzelfde
aantal kilo’s aanspannen als de lengtesnaren. Dan moet je voorzichtig het
aangespannen gedeelte heen en weer bewegen. Dit moet je doen zodat het gewicht
op en neer beweegt zonder dat het stuitert of valt. Pas bij de 2de
breedtesnaar kun je het aantal kilo’s aanpassen als je dat wilt. De
breedtesnaren worden 1 voor 1 aangespannen, omdat de wrijving groot is. Nadat je
de laatste breedtesnaar hebt aangespannen. Kun je deze op dezelfde wijze
afknopen als de korte kant. Racket uit de klemmen van de bespanmachine halen en
klaar is Kees.

3. Na het bespannen
Het racket is nu speelklaar. Je kunt het echter nog beter verzorgen.
Je kunt de snaren wat rechter in het frame schuiven, dat ziet er wat
verzorgder uit. Geef het racket een dagje rust, want het elasticiteitsverlies is
in het begin het hoogst.
Je kunt beschermingstape over de buitenkant van de tubes plakken.

Geef ook wat aandacht aan de grip. Vernieuwen als die heel erg beschadigd is,
of een softgripje erom heen.
 

3.1. Stringavers
Je hebt vast wel eens op de tv gezien dat professionele
spelers met een of ander apparaatje aan hun racket zitten te friemelen. Het gaat
hierbij om stringsavers. Dit zijn kleine plastic dingetjes die tussen de
kruisingen (op de kwetsbaarste plekken) van de lengte en breedtesnaren worden
geschoven. De levensduur van de snaren wordt hierdoor verlengd. De snaren
verschuiven minder. Je hebt nog meer grip (spin) op de bal. De snaarspanning
wordt door deze stringsavers wat verhoogt.
3.2.
Dempers
Bijna iedere speler gebruikt een demper. Ze geven een klein
beetje demping, waardoor het racket iets armvriendelijker speelt. Het grote
verschil zit hem in het gevoel en het geluid. Velen vinden dit fijner.
 

4. Tip4. Tips-ingestuurd
Bij het rijgen van de breedtesnaren altijd 1 breedtesnaar volledig
doorrijgen. Nu moet je een tweede breedtesnaar rijgen (die véél
gemakkelijker erdoor gaat,) maar die niet helemaal doortrekken zodat je die
1e snaar nog kunt aantrekken. De 1e snaar trek je vervolgens op spanning en
daarna rijg je weer met gemak een tweede snaar deels en trek je de
voorgaande aan.
Groet, Joery.
>>Jouw tip sturen<<
©
Rob Boddé
|